De onderbouw
DE VAKKEN
De hoofdvakken, zoals Nederlands, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis,
biologie, natuurkunde, scheikunde en sterrenkunde worden 's ochtends
gegeven gedurende de eerste twee uur. Dit gebeurt in perioden van een
aantal aaneengesloten weken. De ervaring leert dat de stof, die op deze
manier in een blok wordt aangeboden door de leerlingen beter wordt
verwerkt. Naast dit zogenaamde periodenonderwijs zijn er lessen in
handvaardigheid, tekenen, schilderen, euritmie, vreemde talen, muziek,
gymnastiek en godsdienst.
Anders dan op een gewone basisschool wordt in de onderbouw van de Vrije
School al les gegeven in vreemde talen, natuurkunde, scheikunde en
wiskunde. Daardoor worden kinderen niet ineens met deze vakken
geconfronteerd op de middelbare school, maar hebben zij er al op een
eenvoudig niveau kennis mee kunnen maken.
VERTELLINGEN
Vertellingen staan centraal in het leerplan. Zij zijn afgestemd op de
ontwikkelingsfase van het kind. In de eerste klas worden sprookjes
verteld, in de tweede klas fabels en legenden. In de derde klas staat het
Oude Testament centraal, in de vierde klas de verhalen uit de Germaanse
mythologie en in de vijfde klas de Griekse mythologie. In de zesde klas
wordt verteld over de Romeinse geschiedenis.
EURITMIE
Euritmie is een vak dat ondersteunend werkt voor de hele ontwikkeling van
het gevoelsleven van het kind en daardoor ook voor de cognitieve
verwerking van de andere vakken. Tijdens de euritmielessen moet met
gebaren zichtbaar worden gemaakt wat doorklinkt in muziek of in gesproken
woorden. In de ?woord-euritmie? worden bijvoorbeeld klinkers, medeklinkers
en betekenis van woorden, zinnen en teksten zichtbaar gemaakt. In de
?tooneuritmie? worden toonsoort, maat, melodie en ritme uitgedrukt in
bewegingen en gebaren.
DE LEERMIDDELEN
In de onderbouw wordt de leerstof zoveel mogelijk mondeling
aangeboden. Schriften die de leerlingen zelf maken nemen de plaats in van
leerboeken. Schrijvend, tekenend, schilderend, bewegend en acterend maakt
het kind zich de stof eigen. Daarbij wordt voortdurend uitgegaan van
praktische voorbeelden uit het dagelijks leven van de kinderen. Niet
alleen aan de inhoud van de schriften wordt aandacht besteed, maar ook aan
de vormgeving. Naast de schriften wordt er gebruik gemaakt van boeken en
zelf ontworpen lesmateriaal.
MUZIEK
In de eerste drie onderbouwjaren zingen de kinderen en bespelen zij een
instrument zonder het notenschrift te kennen. In de vierde klas leren ze
het notenschrift en vanaf de vijfde klas leren ze meerstemmig te zingen,
geheel vanuit de nabootsing. Door deze muzikale vorming worden ze
voorbereid op de grote muziekwerken waar ze op de bovenbouw mee
kennismaken. Schoolkoor en schoolorkest zijn daarbij belangrijk
De leerlingen van klas 5 en 6 zingen wekelijks in het onderbouwkoor.
Vanaf klas 5 kunnen leerlingen lid worden van het schoolorkest. Voorwaarde
is dat ze hun eigen instrument meenemen en dat hun speelniveau aansluit
bij dat van het orkest. De repetities vinden plaats onder
schooltijd. Inlichtingen en aanmeldingen bij mevrouw Evelyne Ploum.
TONEEL
In de klassen 1 tot en met 6 worden er aan de hand van jaarthema's spelen
en toneelstukken gespeeld en opgevoerd. Vanaf klas 4 worden die stukken
ook wel openbaar opgevoerd voor ouders en belangstellenden.
GODSDIENSTONDERWIJS, HANDELINGEN EN VENSTERUUR
Op de eerste Vrije Scholen was er godsdienstonderwijs voor kinderen van
verschillende gezindten. De overige kinderen kregen het zogenaamde Vrije
Godsdienstonderwijs. Op verzoek van de ouders werden daaraan
godsdienstvieringen op de zondag toegevoegd, Handelingen genaamd.
Tegenwoordig krijgen kinderen op de Vrije School allemaal
godsdienstonderwijs dat algemeen van aard is. De klassen 1 tot en met 6
hebben één uur per week godsdienstles. De lessen worden verzorgd door
mevrouw Pauline Tillmans.
De kinderhandelingen zijn eens in de twee weken voor de klassen 1 tot en
met 8. Klas 1 begint hiermee vanaf de eerste adventszondag. Wanneer ouders
hun kinderen hieraan willen laten meedoen kunnen ze informatie krijgen bij
de klassenleraar of bij de bovengenoemde lerares. De Handeling begint om
tien uur precies.
KLASSENLERAAR
In de zes jaar van de onderbouw wordt elke klas zo mogelijk begeleid door
een vaste klassenleraar bijgestaan door vakleerkrachten.
OUDERAVONDEN
Aan het begin van het schooljaar worden de ouders op school uitgenodigd voor een gesprek met de klassenleraar. Het getuigschrift van voor de zomervakantie wordt doorgesproken en er worden aandachtspunten vastgesteld voor het komende schooljaar.
Daarnaast worden er in de loop van het schooljaar drie of vier ouderavonden georganiseerd, waarop de gebeurtenissen in de klas worden doorgesproken. Ook de ouders kunnen hier onderwerpen inbrengen. De klassenleraar gaat minimaal één keer op huisbezoek.
SCHOOLREISJES
De klassen 1 tot en met 6 gaan een dag op schoolreis.
HET GEBOUW
De school waarin de peuterafdeling, kleuterklassen en onderbouw gevestigd
zijn, ligt heel rustig, een beetje achteraf. Eerst ziet u de ingang van de
peuters en tussen de rozenstruiken is de ingang van de
kleuterafdeling. Daarnaast ligt de hoofdingang.
De school heeft bij de ingangen een ruime hal waar vóór en na schooltijd
altijd ouders zijn om hun kinderen weg te brengen of op te halen. In de
ouderruimte kan dan koffie of thee worden gedronken.
De school heeft een sfeervolle zaal met een royaal toneel, waar
toneelstukken, concerten, lezingen en eindwerkstukken worden
gepresenteerd.
Iedere klas is in een andere (pastel)kleur geschilderd en de klaslokalen
zijn op een zorgvuldige en esthetische manier ingericht.
Rond de school liggen drie pleinen; één voor de peuters en de kleuters,
één voor de klassen 1 tot en met 3 en het voorplein voor de klassen 4 tot
en met 6. Daaromheen liggen de schooltuinen die gedeeltelijk door de
kinderen worden onderhouden.
|